Kia ora!
Na vijf maanden zag ik eindelijk nog eens bekende koppen. Mijn ouders kwamen voor twee en een halve week naar Nieuw Zeeland. De overgang naar het Vlaams ging vrij vlot, na vijf maanden niets dan Engels te spreken. Tot op het punt waar je in het Engels denkt, droomt en zelfs vloekt wanneer je tegen de tafelpoot loopt. Maar voor ik het vergeet zou ik eerst mijn ouders willen bedanken voor deze reis. We hebben op korte tijd veel gezien, en vele kilometers afgelegd. Zonder jullie had dat zeker niet op zo’n korte tijd gekund, en dankzij jullie heb ik dingen kunnen doen die ik anders misschien niet ging doen of te duur waren. Het feit dat ik niets moest betalen, en voor de verandering eens niet moest werken, en in de watten werd gelegd waren natuurlijk ook enorm goed meegenomen. Dus, een dikke dank u! Omdat we zo veel hebben gezien zal ik een selectie maken in wat ik juist vertel, en vooral veel tijd besteden aan wat ik interessant vind om te vertellen en wat mij het meest is bijgebleven.
The Wellington Loop
(Wellington – Palmerston North – Napier – Wai-o-Tapo – Rotorua – Hastings – Wellington)
We hadden afgesproken in Wellington, ook wel bekend als ‘The Windy City’. Voor mij, komende van de warmste regio in Nieuw Zeeland was het eerst vooral wennen aan de temperatuur. Niet dat Wellington zo koud is, maar blijkbaar maakt lange blootstelling aan zon en warmte van u een mietje. Wellington is de hoofdstad van Nieuw Zeeland, maar voelt zo helemaal niet aan. Misschien komende van Europa, is het niet vuil en druk genoeg. Het is een bruisende stad, die aangenaam druk aandoet. Het belangrijkste dat we in Wellington hebben gedaan is ongetwijfeld het Te papa Museum. Het grootste en meest vooraanstaande museum van Nieuw Zeeland, dat een groot interesseveld biedt. Zolang het maar te maken heeft met NZ natuurlijk, geografie, kunst, geschiedenis, … komen allemaal ruim aan bod.
Onderweg kwamen we kleine steden tegen, zoals Palmerston North en Napier. Palmerston North is een kleinere studentenstad. En dat zegt dan ineens zowat alles wat er te beleven valt. Het zijn tweekleinere steden waar het niet lang duurt of je bent erdoor gewandeld. Maar waar wel een leuke sfeer hangt. In Napier was wel net Nationaal Aquarium waar onder andere een tunnel is waar je in kan wandelen en het leven onder water kan bekijken. Was vooral leuk omdat we er juist op voedertijd waren, en het alledaagse onderwaterleven van NZ vertegenwoordigd was.
Foto’s zoals die op facebook, van de waterval vlak na het Nationaal Aquarium illustreren hoe NZ echt is. Dit was op weg naar Wai-o-Tapo, gewoon naast de grote baan, want ik heb het er nog altijd moeilijk mee het een snelweg te noemen. Een tweehonderd meter van de baan, waar een bordje ‘scenic view’ bijstond.
Na Napier was het tijd voor Wai-o-Tapo. Een veld waar enorm veel thermale activiteit is. En waar je dus fenomenen als modderpoelen en gekleurde meren vindt. Doordat gassen zoals onder andere zwavel hier naar de oppervlakte komen verwarmen deze de modder of water. In het geval van water geven zij ook aan het water een bepaalde kleur, die van het type gas afhangt. Doordat het gassen zoals zwavel zijn hangt hier wel een enorm onaangename geur. Maar dat ben je na een tijdje wel gewoon, en dan is het enkel genieten natuurlijk.
Eens aangekomen in Rotorua zijn we twee dingen gaan bezoeken die belangrijk zijn om te vertellen. Het eerste is het Rainbow Springs Park, waar ze kiwi’s hebben. We hebben het natuurlijk over het dier, en niet de vrucht. Naast de kiwi hebben ze nog wat andere vogels, zoals inheemse papegaaien, maar veruit het interessantste beest daar is de kiwi. Het leuke aan dat park is dat je een pas koopt voor een hele dag. Overdag kan je dus door het park lopen en leren over de kiwi, en deze in een donkere kamer bezichtigen. ’s Avonds kan je dan terug komen en de kiwi in een semi-natuurlijke omgeving zien. Je kan in een gang tussen verschillende kooien lopen, en zo eindelijk eens een kiwi zien zonder dat er een dikke ruit tussen is. En ’s nachts is het park ook mooi verlicht met gekleurde lampen. De tweede belangrijke bezichtiging was het Te Puia park. Is onder meer een geiserpark, omdat hier ook nog veel thermale activiteit is. Maar het belangrijkste is waarschijnlijk de Maori ervaring, waarbij ze vertellen over de cultuur, en de dans en muziek illustreren. In dit park vindt je ook een Maori nederzetting, genaamd: Te Whakarewarewatangaoteopetauaawahiao. De langste plaatsnaam in NZ en waarschijnlijk de wereld.
Daarna zetten we koers naar Hastings, de wijnhoofdstad van NZ. En als je twee ouders bij hebt die al eens een glas wijn appreciëren, moet je toch wel eens een wijngaard of twee bezoeken zeker. En dat is dan ook exact wat we hebben gedaan. Na Hastings zijn we in één trek terug gereden naar Wellington, waar we aan de tweede fase van onze trip zouden beginnen. Maar daarvoor moesten we nog eerst naar Dunedin vliegen, helemaal in het zuiden van het Zuidelijk eiland.
Heading North
(Dunedin – Oamaru – Christchurch – Kaikoura – Blenheim – Nelson – Picton)
In Dunedin hebben we de gele pinguïnkolonie bezocht. Via grachten, een beetje zoals in Ieper als het ware kon je door het reservaat lopen en de pinguïns van dichtbij bezichtigen. Maar niet allen pinguïns hadden hun plaatsje in het reservaat verovert, ook de zeehonden waren goed vertegenwoordigt. Ook in Dunedin, de steilste straat ter wereld.Iets dat je niet kan bezichtigen zonder eerlijk te kunnen zeggen dat je naar boven bent gewandeld, dus hebben we dat dan maar gedaan.
Onderweg naar Oamaru zijn we nog even gestopt bij ‘The Mouraki Boulders’. Voor diegenen die facebook hebben, dat zijn de foto’s van het strand met de grote rond stenen bollen op. Deze komen van de duinen, het zijn modderbollen die over de jaren verstenen. Eens beneden duurt het een paar tiental jaar vooraleer de erosie en golven deze afbreken. In Oamaru zelf is er ook een pinguïnkolonie, de blauwe pinguïnkolonie. De kleinste pinguïnsoort ter wereld. Je kan tickets kopen om ’s avonds op een tribune te gaan zitten en ze terug op land te zien komen. Kort naar zonsondergang verzamelen ze op zee, en komen dan in groepen terug aan wal. Er is een ramp waar deze kleine waggelende beestjes opgelopen komen, en dan in het reservaat verdwijnen.
Onze volgende stop was Christchurch. Ik denk dat iedereen zich de zware aardbeving nog wel herinnerd. En dat was nog duidelijk te zien toen we daar aankwamen. Het grootste deel van het centrum is nog steeds niet toegankelijk. In het nieuw aangelegde centrum hebben ze verschillende winkels in containers opgesteld. Wat een beetje vreemd aandoet, maar de sfeer die er hangt is wel ontzettend aangenaam. De mensen zijn natuurlijk aangedaan van de aardbeving, sommige mensen hebben alles verloren, maar je ziet wel dat de mensen vooruit kijken en weer verder gaan met hun leven.
Kaikoura staat vooral bekend voor het spotten van walvissen. Vlak voor Kaikoura ligt immers een rif en een diepe kloof onder water. Hier zitten ontzettend veel inktvissen en ander voedsel van de walvissen, daarmee dat het ook een populaire vertoefplaats is voor de beesten. Omdat ze bij de boten zeiden dat er een groot risico was voor zeeziekte omdat de zee nogal woest was hebben we besloten daar niet voor te opteren. In plaats daarvan zijn ik en mijn vader in een vliegtuig gekropen om ze van bovenaf te gaan bekijken. Wat een ontzettend voordeel bleek, in een vliegtuig zie je namelijk het gehele dier, terwijl je op een boot enkel ziet wat boven water uitsteekt.
In Blenheim was er niet zo veel te zien, maar zijn we dan een wandeling gaan maken. Naar de top van een heuvel om eens een goed overzicht te krijgen. Wat wel de moeite waard is om te vertellen is wat we onderweg zagen. Ergens onderweg zijn we uitgestapt om naar ‘Seal Point’ te gaan kijken. Op die plaats zitten zonder zwans een honderdtal zeehonden. Waaronder ook hun kindjes, die in het water spelen terwijl de ouders slapen.
In Nelson hebben we het Abel Tasman Park bezocht. Een park open voor (meerdaagse) trektochten vol ongerepte natuur. Daar hebben we een dagwandeling in gedaan, waar we door een boot werden afgezet en opgehaald. Na Nelson restte ons enkel nog naar Picton te rijden, en daar de Ferry terug naar Wellington te nemen. Het varen door The Marlborough Sounds is nog mooi van zien, maar eens je op open zee bent is er niet zo veel meer aan. Eens in wellington aangekomen was het tijd voor mijn ouders om terug te keren naar hun leven in België, iets dat mij ook uiteindelijk zal te wachten staan.